jaar 3.7 Ik ben niet ziek!

Vrijdag was de vervolgsessie met de dokter. Na het onderzoek, de bloedkweek, lactose overgevoeligheidstest en poeponderzoek zouden we vandaag ‘beleid’ te horen krijgen. Uiteraard was de rit naar het ziekenhuis weer prima en gezellig, de tocht door de hal en het aanmelden een feestje en ook in de wachtkamer kletste hij ronduit. “Chris Abbing?” werd er omgeroepen en Chris liep naar de mevrouw. “Ik ben niet ziek” zei hij met volle overtuiging. Weer eerst een voor onderzoek van een jonge arts assistent of co assistent (dat weet ik niet) met wat vragen over ziektes in de familie. Even wegen (helaas weer afgevallen), de bevindingen van de afgelopen weken doorgenomen waarbij het meest opvallende was dat hij geen diaree meer heeft gehad sinds hij van de dokter terug was gekomen. Ze zou de dokter gaan halen en bleef even weg. De onderzoekskamer is in de kinderpoli gevestigd, zo’n tijdelijk gebouw dat al erg lang naast het ziekenhuis staat. Het is daar kil en klinisch. Ondanks dat de moeite is genomen om een lange foto op te hangen, kun je merken dat dit niet de werkplek van iemand speciaal is. Het leeft niet, het ademt niet. Jaren geleden was er op onze school een tijdelijke huisvesting bijgebouwd waar wiskunde gevestigd was, ‘wortel’ werd het daarom genoemd. Dat was ook zo levenloos, gehorig en afstandelijk. Niks voor mij.

Toen de dokter binennkwam zei Chris weer: “Ik ben niet ziek”. “Nee hoor”, zei de dokter. “Jij bent niet ziek”. Chris wil de volle aandacht en wisselde meteen van onderwerp over twee mini- afval containers in de vensterbank. De dokter praatte even met hem, maar kapte op een gegeven moment ook af. “we gaan hem bijvoeden met super drankjes.” Twee maal daags een calorie pakje. Uit de onderzoeken was niets gekomen. De conclusie is dat hij klein is en te mager. Na twee maanden moet hij terug komen om te zien of het beter gaat.

Het eten gaat erg moeizaam. In plaats van het conflict aan te gaan, prop ik tegenwoordig maar eten in zijn mond. Niets zelfstandigheid, hij moet gewoon eten. Maar het gaat niet van harte. Behalve als er appelmoes staat of fruit. Je had hem moeten zien na een portie kersen. Alles zat onder en meneer was helemaal verzadigd. Maar goed van kersen wordt je niet dik. We hebben afgesproken dat hij na zijn lunch en na het avondeten in plaats van melkie een pakje gaat krijgen. Dan verstoort het niet de dagelijkse voeding en is het een extra. Nu maar hopen dat hij het ook eet. Maandag krijgen we een proefpakket voor 14 dagen, de fabrikant weet al dat er voorkeuren zijn.

jaar 3.6 wonderteam

Ken je dat programma op Nick JR. Uiteraard staat die bij ons regelmatig aan. Leuke dingen hoor, educatief als Umizoomi (waarom zijn daar geen DVD’s van verkrijgbaar zeg!!!), moraliserend als Kai-lan, probleemoplossend als Dora en Diego en mijn favoriet is Wonderteam: Een eendje, een schildpad en een cavia vormen een team van helpers die met z’n drieën helpen om dieren in nood te redden. En dat alles gezongen op georchestreerde klassieke muziek. Dat laatste spreekt mij natuurlijk het meest aan, alhoewel ik het pretentieloze van de drie anti-superhelden, die wel hele goede vrienden zijn en het zonder elkaar niet zouden redden, ook erg vertederend vind. Zelf zing ik graag wat we gaan doen en Chris zingt ook steeds vaker zelf mee. Hij verzint, net als ik, zijn eigen antwoorden op mijn gezongen vragen. Dat is zo leuk!!

Luister maar naar mijn wurm.

jaar 3.5 een nieuwe school

Chris wordt in januari 4 jaar oud. Dat lijkt nog lang weg, maar gezien de snelheid waarmee de afgelopen periode is verlopen (zeg maar de afgelopen 3 jaar) is over een half jaar al erg snel. Martina is iets voortvarender dan ik daarin, dus een paar maanden geleden had ze ons ingeschreven voor een open ochtend op de school in de wijk. In onze neiuwe wijk is de keuze erg beperkt: Je hebt keuze uit een Dalton school en … nog een Dalton school. Het verschil zit hem in de verzuiling. De ene school is openbaar en valt onder het ASG bestuur, de andere is oecomenisch en valt onder het Prisma bestuur. Die laatste is een toeleverancier (of hoort dat eigenlijk te zijn) van de school waar wij op werken, die is namelijk oecomenisch. Je zou het eigenlijk verwachten in een nieuwe stad als Almere, maar juist hier zijn de verzuilingen ingedikt tot 2 keuzes, gelovig of niet. Enerzijds vind ik het wel een prettig dat er niet van die splinterscholen zijn die vanuit 1 perspectief opereren. Ik geloof niet in het cultiveren van eigen pricinpes waarmee de werkelijkheid wel erg nauw wordt. En anderzijds krijgen wij als oecomenische school alle splintergroepen aangeboden, die wel erg specifieke behandeling en vrijheden wensen. Gelukkig hebben we sinds een paar jaar ook groen onderwijs binnen de Stadsgrenzen, waardoor een aantal ik-hoor-nergens-bij personen ook op een andere manier passie kunnen ontwikkelen voor de natuur.

In Almere is een groot probleem op het gebied van kwaliteit van onderwijs. Het is niet voor niets dat ik met plezier nu de opleiding tot kwaliteitsmanager aan het volgen ben, want ik herken de winst die te halen zou moeten zijn. Iets minder dan de helft van alle basisscholen zijn negatief beoordeeld door de inspectie. Datzelfde geldt voor de HAVO/VWO scholen. Er zijn heel wat SWOT analyses (Strong Weaknesses Opportunities Threads) losgelaten op deze situatie waar ieder bestuur, iedere directie en ieder team zijn eigen oplossingen formuleert, waarbij de samenhang veelal ontbreekt. Ik zal de rapportages hier niet bespreken, maar wil je graag deelgenoot maken van mijn eigen visie. Doordat ik dit jaar op een nieuwe school begonnen ben heb ik een nog sterker gevoel ontwikkeld dat de basis van veel kinderen slecht aansluit bij het onderwijsconcept dat in Nederland wordt gehanteerd. Wij willen tot 30 leerlingen in een klas, die allemaal ongeveer hetzelfde doen, misschien niet allemaal op hetzelfde moment, die allemaal na een bepaalde periode klaar moeten zijn met een blok leerkennis en dan overgaan naar het volgende. En de klantenvraag is om leerstof aangeboden de krijgen die aansluit bij de mogelijkheden en voorkeuren die bij het individu passen, voldoende persoonlijke aandacht en onderwijs gericht op een nog verdere ontwikkeling, handelingen die de vaardigheden van leerlingen vergroten, zelfs als dit er niet in zit. En natuurlijk de verwachting dat elk gat in de opvoeding gladgestreken wordt door school. Je snapt dat die twee niet automatisch matchen.

Volgens leerontwikkelingsdeskundigen zijn een aantal zaken voorwaardelijk alvorens je verder kan groeien. Dat betekent dat je voldoende eten en drinken moet hebben, liefde lijkt ook onontbeerlijk, daarnaast een basis houding die aangepast is en waarmee samengewerkt kan worden. Daarna krijg je de mogelijkheid en de durf om naar je eigen proces te willen kijken. Onder dit alles zit het stuk intelligentie en aanleg, niet elk individu zal de groei kunnen doormaken, laat staan dat iedereen dat even snel zal doen. Basisscholen in Almere lopen aan tegen een te grote discrepantie van vraag en aanbod, waarbij aan de aanbodskant er teveel gestuurd moet worden op de basis, terwijl ze graag verder willen met de verrijking. De opbrengsten die gerealiseerd worden, worden met name gerealiseerd bij de kinderen die veel zelf kunnen sturen, de energie gaat op aan de kinderen die op sommige gebieden de basis niet beheersen. De oude directeur van het VMBO riep altijd dat er gewerkt moest worden aan “rust reinheid en regelmaat”. Maar als daar de meeste energie in gaat zitten, blijft er weinig over om te werken aan verdere doelen.

Chris heeft een leergierigheid en interesse in dingen om hem heen. Cijfers en letters zijn op dit moment hot. Gisteren hadden we een afspraak met de directeur van de school om nog even de onderbouw in actie te zien, die bij de open ochtend niet aanwezig was. De directeur had een groot horloge om en bij het voorstellen riep Chris: “Hé, heb jij een horloge om?” “ja, zei de juffrouw, hij is vierkant” “en er staan lettertjes op”, “waar staat de grote wijzer op?” “op de zes”, zei Chris na even nadenken. “en de kleine staat op de …” “op de 1” zei Chris overtuigd. Op haar horloge stonden allen de cijfers 6 en twaalf, de rest van de cijfers werden aangegeven met een streepje, een 1 dus voor Chris. Na deze ballotage liepen we door het onderbouw gebied, waar kringen met kleine kinderen en juffrouwen bezig waren. een plein in het midden waar ontmoeting plaatsvond tussen de verschillende jaarlagen, het systeem van maatjes en samenwerking, taken kaarten, werkjes, stoplichten enzovoorts. Chris was nog een beetje verlegen, dat is ie wel vaker in dit soort situaties. Maar hij keek zijn ogen uit. Wat mij betreft had hij zo kunnen aansluiten, dat was duidelijk.

Deze school heeft, net als de andere Dalton school, geen slechte beoordeling van de inspectie gekregen. De onderbouw moest meer aan opbrengst doen heb ik gelezen in het rapport dat ik op internet gegoogled heb. Dat vertelde de directeur dan ook: nieuwe methode aangeschaft met een blauwe kraai als doorlopend thema. Maar deze school is wel nog aan het bouwen. Er wordt nog gesproken in dromen en ‘we willen/we denken over’. Daar spreken wij op onze nieuwe school ook over en ik zie hoe moeilijk dat te realiseren is. Ik zet me met kracht in om te bouwen aan iets moois, iets anders. Waarbij de basis veel meer bestaat uit mogelijkheden benutten, met een actieve rol voor thuis, die vooral begint met een aangepaste leergierige leerling die aan het werk wil om zichzelf te ontwikkelen. Mocht blijken dat de school niet aan onze verwachtingen voldoet, dan zal ik zelf een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling die nodig is voor Chris. dat wil ik best beloven.

jaar 3.3 licht authistisch

Hebben we niet allemaal van die neigingen die grenzen aan het authistisch spectrum? Daar kom je vaak achter als iets verandert in de omgeving. Als iemand komt eten, is de vaste plaats waar iedereen normaal zit, ineens ter discussie. Authisme komt om de hoek als blijkt dat iemand op een andere plaats moet gaan zitten, zich daar zo ongemakkelijk in voelt dat deze zich ongewoon gespannen gaat gedragen. Herkenbaar? Vul maar eens een situatie in waarbij dit soort dingen veranderen en waar je zelf moeite mee lijkt te hebben. Voor de één is dat een volgorde van dingen bij het verlaten van een huis voor een bezoek aan de supermarkt, voor een andere een bad ritueel en voor een derde de manier waarop een gesprek verlopen hoort. Geaccepteerde vormen komen overal en nergens voor.

Bij Chris werken we er hard aan om allerlei gewoontes in te voeren. Tenslotte is het handig om een gewoonte te hebben, dan is alles duidelijk, hoef je het niet uit te leggen. Zo weet hij precies wat er gebeuren gaat als we gaan eten, slapen is ook geen verrassing meer, spelen en vooral samen spelen weet hij ook al te duiden. Kortom, hij is goed geïnstitutionaliseerd in huize Abbing. Zelf merk ik dat ik ook behoorlijk onder de gewoontes zit. Als ik thuiskom en die gozer is er niet, zet ik de TV aan met Nick jr en kan ik zo wat afgemat een stief kwartier kijken. De vraag of het leuk is, komt niet bij me op. Het is zoals het altijd is.

De flexibiliteit van onze Chris is best groot. Ergens anders mag zijn slaapritueel best wat verschillen, thuis liever niet overigens. Maar soms, vooral als hij moe is, dan is een kleine verandering van een situatie die o-zo-bekend voor hem was, al genoeg om dikke echte tranen van verdriet te produceren. Een authist zou niet huilen, maar boos worden of ander gedrag gaan vertonen. Hij heeft er gewoon last van. Maar ik kan het niet nalaten om geregeld expres een paar volgordes te veranderen, een stukje weg te laten of een extraatje te verzinnen. Gewoon om te kijken of hij er tegen kan en op basis van goed vertrouwen een stapje verder durft te gaan. Eigenlijk is het net als in de klas…

jaar 3.2 langharig tuig

Toen ik klein was in het kleine dorpje in de achterhoek, was achter ons een kapperszaak. Daar werkte een weinig inspirerende man, die ook erg weinig inspirerende dingen deed. De man zelf kan ik mij niet meer zo herinneren, maar dat is natuurlijk vaak met weinig inspirerende mensen. Wat ik nog wel weet is dat hij snoep verkocht. De eerste colaflesjes kwamen bij hem vandaan. Van mijn ouders heb ik begrepen dat mijn broer altijd bang voor de kapper was. Hoe ikzelf was weet ik niet meer. Maar grote kans dat ikzelf ook geen held was.

Er zijn veel kindjes die de kapper maar niks vinden. Onze Chris is daarin totaal anders. Als je aan hem vraagt: wat zullen we doen? Dan is er een grote kans dat hij het antwoord geeft: als ik naar de harenknipwinkel ga… want daar is het leuk. Martina heeft een aantal keren zelf zijn haar geknipt. Best knap, maar kapper zijn is een vak apart. Op een gegeven moment heeft hij meegenomen naar haar kapperszaak waar ze beiden in de stoel plaatsnamen. En die succes ervaring is de drijfveer voor veel van zijn gedrag. Het is daar ook wel erg aantrekkelijk voor kleine jongetjes. Hij mag in een stoel auto zitten, met een Spongebob mantel om. En hij krijgt alle aandacht van de wereld van de dames die daar rondlopen. Wat wil je nog meer?
Afgelopen vrijdag was weer zo’n haren knip feestje. Ik hoefde niet geknipt worden dus heb de gelegenheid waargenomen om wat foto’s te maken. En inderdaad, hij vindt het geweldig en hij doet het geweldig. Het meest voorbeeldige jongetje.